Gebruikte materialen

cashmeregeit

Cashmere

Zo zacht, zo warm en zo licht. Niets doet vermoeden dat deze wol afkomstig is van een ruigharige geit (Capra Hyrcus). Oorspronkelijk leefde deze in de regio Kasjmier in Tibet, vandaar de naam. Tegenwoordig wordt de beste kwaliteit gevonden in de provincie Inner-Mongolia in China. Daarnaast komt er cashmere uit Iran, Afghanistan en Mongolië. Dit hele gebied ligt op een hoogte van 1000 meter. De winters zijn hier koud (-30°C), terwijl de zomers droog en dor zijn. Om in dit klimaat te kunnen overleven, hebben de dieren een lang ruigharig dek met daaronder een dicht en zijdeachtig onderdek (tiflit). Hoe witter deze tiflit hoe duurder. Naast kleur speelt ook de dikte een belangrijke rol. Hoe dunner hoe duurder. Topkwaliteit cashmere heeft een diameter van 14-15 micron (één duizendste van een millimeter).

De dieren leven in de vrije natuur en worden in de maand mei door herders samengebracht. De geiten worden dan één voor één gekamd. Dit duurt ongeveer een half uur per geit, waarbij een menging van buitenhaar en tiflit wordt geoogst. Vervolgens worden de balen wol op de ruggen van kamelen naar het dal vervoerd. Hier worden ze op kleur en kwaliteit verdeeld. De volgende stap is het met de hand scheiden van de grove buitenharen van de tiflit. Een geit geeft elk jaar ongeveer 150 tot 200 gram tiflit. Voor een trui is de jaaropbrengst nodig van 3 geiten, voor een pak zijn dat er ongeveer 15.

De schaarste en arbeidsintensieve manier van oogsten verklaart waarom cashmere tot de duurste materialen ter wereld wordt gerekend.